O DIRK, jij... jij... DIRK!
Om een uur of drie na achtereenvolgens Springhaver en Kafé België bezocht te hebben al naar huis gaan, zoals de rest, dat stelletje flauwe faalhazen, dat was mij en Hans te burgerlijk. We moesten en zouden nog 't Pandje bezoeken, dat wonderlijke toevluchtsoord der late drinkers, met de lustopwekkende BB-met-sigaar-poster aan de wand, om daar een laatste pint tot ons te nemen. En toen, zoals dat altijd gaat op van die avonden dat je eropuit trekt met een Camus nonchalant uit je jaszak hangend, kwam Sander binnen (nee, niet die) en ontstond er drink-bier/heb-een-groots-gesprek-combi, van het soort waaraan men wel refereert met de term "male bonding", over de grote zaken des levens, te weten: literatuur & vrouwen. Je kent het wel. Good times.
Vermoedelijk zijn we om een uur of vijf de straat opgeveegd, want volgens m'n 'Sent Mail'-map heb ik tussen 5.29 en 5.46 nog enkele emails beantwoord (een zogenaamde Toetersituatie, zoals men dat noemt), waaruit ik dan ook weer afleid dat ik om een uur of zes zal zijn gaan slapen. Vervolgens, in een plotwending die ik niet aan had zien komen, kon ik om acht uur niet meer slapen en ben nog steeds dronken maar gaan douchen en sinaasappels gaan persen. Het verkregen vocht heb ik opgedronken. Van het sinaasappels persen, niet van de douche. Dat klinkt misschien verschrikkelijk voor de hand liggend, maar ik doe soms gekke dingen met alcohol achter de kiezen. Daarna viel ik weer in slaap en werd een uur geleden heerlijk fris wakker terwijl de meest geweldige lentezon zich tussen m'n gordijnen door probeerde te wringen.
Zojuist ben ik zonder jas naar de supermarkt gelopen om ontbijt te kopen, wat ik nu aan het opeten ben (kaasbroodjes, bananen en melk), onderwijl luisterend naar een The Smiths LP (nog minder dan een maand!), met het plan om zodadelijk naar de letterenbieb te fietsen en daar, waarschijnlijk samen met Sander, Russische acmeïstische poëzie te gaan lezen. Russische acmeïstische poëzie, ja. En ik heb er zin in. Ik heb overal zin in. De zon schijnt, de wereld is een zandbak en ik heb een schepje in m'n ene en een emmertje in m'n andere hand. Er staan gekleurde schelpjes op.

Oh, en, ik geloof dat ik de hele dag
Island In the Sun ga zingen. Hip hip!
Niet veel later was ik over een zonnige Drift aan het fietsen, zo van: "Pompiedompiedom. Ik ben over een zonnige Drift aan het fietsen. Lalalala. Hip hip!" En wie kwam ik toen plots tegen? Nou? NOU? Weet je het weer niet, druiloor? Nu goed dan, ik zal het je vertellen. Ik kwam daar dus plots tegen: Martha! MARTHA!
Een ontmoeting die iemand in kodaks vast had moeten leggen, me dunkt.
Jha!
Ik had dat gewild, Kodaks met geluid, wel te verstaan, want mijn GAAAAWD de trompetten dei schetterden!!
dei = die (-híé)
Graaist alive!